Zet GroenLinks de dochter van een Moslimbroeder in de Tweede Kamer?

Kauthar Bouchallikht is de dochter van een Moslimbroeder-activist en -bestuurder. Haar vader richtte in Nederland twee organisaties op die nu onder vuur liggen en reisde de wereld rond om de ‘oemmah’ te versterken terwijl Kauthar in het bestuur van Femyso werd opgenomen, de kweekvijver voor een nieuwe generatie broederschapsbestuurders.

De integriteit van volksvertegenwoordigers is essentieel voor het vertrouwen in de rechtstaat, vandaar ook de grote nadruk die ligt op het vermijden van elke schijn van belangenverstrengeling. Na de presentatie van Kauthar Bouchallikht op een verkiesbare plaats 9 op de kandidatenlijst van Groenlinks bracht Carel Brendel haar bestuurlijke betrokkenheid bij FEMYSO, de koepelorganisatie van islamitische jongeren- en studentenorganisaties in Europa onder de aandacht. Recent academisch onderzoek, publicaties van ex-leden en rapporten van veiligheidsdiensten maken elke twijfel overbodig, Femyso is dé jeugdorganisatie van de Moslimbroederschap in Europa.

Platitudes en ontkenning
Toch ontkent Bouchallikht dit. Haar functies bij deze koepel (vice-president en/of betrekkingen met lidorganisaties) zijn door haarzelf en Groen Links uit de informatie bij haar kandidatuur weggelaten, bewust of onbewust. Als reactie volgde van Jesse Klaver een qua intentie mooi, maar inhoudelijk leeg ‘Ik sta achter haar’. Dit roept vragen op. Groen Links was op de hoogte van haar functie bij Femyso, want die staat genoemd op haar persoonlijke website. Hoe kan het dat vervolgens niemand vraagt naar de verenigbaarheid van haar betrokkenheid daar met de voor haar beoogde rol in een democratische partij? Of ontbrak bij Groen Links werkelijk elke kennis van de ideologie die de aan de Moslimbroederschap gelieerde organisaties aanhangen? Beide opties zijn zorgelijk.
Toch had de nu ontstane discussie vermeden kunnen worden als Bouchallikht in niet mis te verstane woorden afstand had genomen van de koepel en de ideologie. Haar “Ik ben geen lid van de Moslimbroederschap, ik werk voor Groen Links” was de enige, magere reactie. Wij weten, de eerste die volmondig bekent lid te zijn van de dit niet officieel bestaande netwerk moet nog in beeld komen. Dat nu ineens haar complete facebookgeschiedenis gewist blijkt, helpt ook niet echt.

De aankondiging van Femyso

Femyso had dit jaar twee keer de aandacht van de Tweede Kamer. In februari 2020 beschreef Ronald Sandee, een hiertoe uitgenodigde veiligheidsexpert, in zijn position paper en in een hoorzitting voor de commissie Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) de ontwikkeling van de Moslimbroederschap in Nederland. Hij noemde Femyso uitdrukkelijk als daartoe behorend. In juni kreeg minister Blok n.a.v. van een bericht van Carel Brendel kamervragen over een toespraak die een ambtenaar van buitenlandse zaken had gehouden op een Femyso bijeenkomst (video) ter gelegenheid van ramadan. Blok haastte zich te melden dat de ambtenaar, die wel met volle naam en functie op de aankondigingen stond, daar alleen op persoonlijke titel had gesproken. ”Zonder medeweten van de betrokken medewerker heeft de organisatie zijn officiële titel vermeld op de aankondiging, alsmede een foto geplaatst. “

Geen vragen naar culturele of religieuze achtergrond
Met wat vooronderzoek en enkele duidelijke vragen had de kandidatencommissie deze informatie makkelijk kunnen vinden. Maar onderzoek lijkt amper te hebben plaats gevonden, zoals ook Raja Alouani , op plaats 23 van dezelfde lijst geplaatst, op facebook schrijft: “geen enkele cliché vraag gekregen die ook maar iets te maken heeft met mijn culturele of religieuze achtergrond.”
Dat klinkt nobel, maar is het dat wel? Moet een partij, die een politiek niet ervaren 26jarige prominent in de schijnwerpers zet, niet alles doen om mogelijke belangenverstrengeling of de schijn ervan met zekerheid uit te sluiten, ook om de kandidaat zelf te beschermen? Het is duidelijk dat de selectiecommissie van Groen Links hier wel heel makkelijk over dacht.

Bouchallikht werkte aan de opzet en structuur van de broederschap in Nederland
Als Groen Links zich in de position paper van Sandee had verdiept, dan waren zij daar onder de kop ‘Moslim broederschap in Nederland’ ook de naam van Kauthar’s vader Mostapha tegen gekomen:
“Anders dan in de ons omringende landen als Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, heeft de Moslim Broederschap geen lange geschiedenis in Nederland. Pas in 1996 kwam een aantal mannen samen die gezamenlijk de Liga van de islamitische gemeenschap (LIGN) oprichtten. Tot de oprichters behoren Ibrahim Akkari, Kamis Gacha en Mostapha Bouchallikht die jarenlang de directeur van Islamic Relief Nederland zou zijn. De LIGN moest gaan dienen als een parapluorganisatie voor de Moslim Broederschap ideologie in Nederland.”
En verder: “In een snel tempo zet Bouyafa samen met twee bestuurders van Islamic Relief Nederland, Moussa Marcouch en Nour Din Acherrat de nieuwe structuur voor de Moslim Broederschap ideologie in Nederland op, die een kopie is van de structuur van de Europese Moslim Broederschap. De twee kernorganisaties die worden opgezet zijn de Federatie van Islamitische Organisaties in Nederland (FION) die de paraplu taak overneemt van de LIGN en de Europe Trust Nederland die het nog aan te kopen onroerend goed van de Moslim Broederschap in Nederland moet gaan beheren als een Islamitische Waqf.”

Kauthar’s vader heeft in Nederland, ingebed in internationale netwerken, meer dan twintig jaar activistisch-islamitische posities bekleed. Van 1992 tot 2016 werkte hij voor Islamic Relief Nederland (IRN), waarvan de laatste 17 jaar als verantwoordelijk directeur. IRN is een dependance van het in Groot Brittannië gevestigde Islamic Relief Worldwide (IRW), een organisatie die wereldwijd financiële hulp biedt aan islamitische projecten. In de beginjaren werd het werk van IRW door Europese overheden nog zeer gewaardeerd en ontving het aanzienlijke subsidies voor hulp in regio’s waar niet-moslims moeilijk of geen toegang hadden. Dat beeld is met de jaren compleet gedraaid. Een vorige maand verschenen rapport van The International Centre for the Study of Radicalisation (ICSR) aan het King’s College London vermeldt onder andere vermoedelijke steun aan terreurorganisatie Hamas en antisemitische uitlatingen van functionarissen:
“The director of Al‐Falah, Ramadan Tamboura, has been described by the left‐leaning Israeli newspaper Ha’aretz as a “well‐known Hamas figure”. Another partner for Islamic Relief’s branches in Gaza is the Gaza Zakat Committee. According to Islamic Relief founder Hany El‐Banna – who was interviewed by the Hamas radio station Al‐Aqsa Voice in 2016 – Islamic Relief has collaborated with the Gaza Zakat Committee since 1997. The Gaza Zakat Committee is also known as the Islamic Zakat Society, which, alleges NGO Monitor, “works closely with the Hamas government and is managed by Hamas preacher Hazem Al‐Sirraj”. In 2010, Al‐Sirraj was the keynote speaker at a Hamas conference in Gaza for the “sons of Hamas”. The 200 attendees included Hamas “founders, scientists, politicians and academics”. Islamic Relief, however, has stated that “its board members and senior staff have no known af liation with Hamas”.
The National , een op het Midden-Oosten gerichte krant en website, maakte afgelopen augustus melding van antisemitische uitspraken en Hamas sympathieën van IRW functionarissen die naast andere misstanden om nader onderzoek vragen.
Ook Islamic Relief Nederland, waar de oprichter van IRW, de hierboven aangehaalde Brit Hany Al-Banna al die tijd bevoegd bestuurslid was, maakte aanzienlijke sommen over aan Gaza, zoals blijkt uit de jaarverslagen. Al-Banna bezocht de afdeling Nederland geregeld. Met Kauthar’s vader als begeleider was hij in 2010 aanwezig bij de conferentie “Religious Leadership in response to HIV” in Amsterdam. Op de deelnemerslijst (pdf) is te lezen: “Dr. Hany El Banna (United Kingdom) Founder of Islamic Relief and founder and President of Humanitarian Forum Accompanied by Mostapha Bouchallikht, CEO Islamic Relief Holland Country

Geld voor de madrasa, werken voor de oemmah
Op papier (of de website) ziet het werk van IRN er al die jaren prima uit. Controversiële of orthodox-islamitische standpunten zijn in de jaarverslagen zeker niet te vinden. Zo worden in 2011 volgens de site voor €30.000 “schoolpakketten” met potloden, schriften, schoenen en uniformen aan leerlingen geschonken. Dat klinkt ideologievrij, maar in een bericht op een Albanese site heeft het bezoek van Bouchallikht in het kader van dit project ineens ook een uitgesproken religieus karakter (vertaald met google translate):
“Van zijn kant sprak de directeur van “Islamic Relief” Nederland, dhr. Mostapha Bouchallikh zijn tevredenheid uit over dit bezoek en benadrukte dat de heropleving van de islamitische oemmah (de wereldwijde islamitische gemeenschap), vooral in de Arabische wereld, betekent dat de positie van moslims over de hele wereld moet worden versterkt. Hij benadrukte dat de islamitische religie overal ter wereld vrede en harmonie is gaan zaaien, en dat de taak van de hoofdrolspelers van deze gezegende islamitische oproep is om samen te werken voor het welzijn van de hele mensheid. Tijdens zijn toespraak sprak de moefti van Shkodra zijn dank uit voor de grote bijdrage (€ 30.000) die werd geleverd door “Islamic Relief” in Shkodra, vooral bij de ondersteuning en financiering van de Madrasa “Haxhi Sheh Shamia”, de jongensafdeling, in een van haar moeilijkste jaren. Hij benadrukte dat de Mufti van Shkodra vereerd is met zijn medewerker en partner “Islamic Relief”, bewezen voor de uitvoering van vele sociale en culturele projecten in het noordelijke deel van Albanië.“

Mostapha Bouchallikht (rechts) op bezoek in in Albanië waar een geestelijk leider hem bedankt
voor een donatie voor een ‘madrasa’ voor jongens.

Daarnaast is potloden en schriftjes uitdelen is toch iets anders dan een madrasa, een islamitisch onderwijsinstituut voor jongens financieren, zoals uit dit artikel blijkt. Van dat laatste wisten gewone donateurs dan ook niets.

In 2015 ontstond een arbeidsconflict tussen Bouchallikht en IRN. De stichting ging failliet en hij raakte zijn directeursfunctie kwijt. Vervolgens werd met een nieuwe bezetting een tweede IRN opgezet, een doorstart met bijna identieke naam, die ook het werk van voor 2017 als eigen projecten presenteert.

Hulpgelden gaan ook naar moskeeën
Mostapha Bouchallikht zat ondertussen niet bij de pakken neer en richtte begin 2018 in Nederland een andere islamitische hulporganisatie op, deze keer voor het eveneens in de islamitische wereld internationaal opererende Human Appeal, ook met hoofdzetel in Groot Brittannië. Vier maanden na de oprichting van de tot op heden in Amsterdam gevestigde ‘Stichting Human Appeal’ werd het bestuur in Nederland volgens KvK-informatie geruisloos vervangen door twee in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Britten, waaronder Hameed Al‐Asaly, en het post- en bezoekadres werd naar Leicester in het VK verhuisd. Ook Human Appeal wordt gerekend tot de moslimbroederschap en ook deze internationaal vertakte organisatie ligt inmiddels flink onder vuur. Uit het ICSR rapport :
At least two other trustees of the Emaan Trust are linked to other Islamic Movement groups in Britain and abroad. Hameed Al‐Asaly (tevens penningmeester van Islamic Relief Nederland en Human Appeal Nederland, es), its finance director, is also the emerging markets director of Human Appeal.193 This charity was a member of UG.194 In 2017, Human Appeal funded the Muslim Brotherhood‐associated Finsbury Park Mosque £39,300.195 In the same year, it funded the Islamic University of Gaza, £141,030.196 According to The Boston Globe, the university “serves as an employment program and intellectual retreat for Hamas leaders, giving a perch to the prime minister, the foreign minister, and bureaucrats in charge of ministries”.197

Femyso, dé internationale kweekvijver voor nieuwe leiders
Dit betreft nog allemaal Kauthar’s vader. Dat hij als functionaris deel uitmaakte van de Moslimbroederschap en dat zij in een conservatief islamitische en activistische omgeving opgroeide zegt nog niets over haarzelf. Dat zou een helder argument kunnen zijn, ware het niet dat veiligheidsdiensten en onderzoekers Femyso vooral ook als dé internationale kweekvijver voor toekomstige leiders van de Moslimbroederschap beschouwen. Zo waarschuwt de veiligheidsdienst van Baden Württemberg in een bericht over de ‘op kinderen en jeugd gerichte marketing van de Moslimbroederschap’:
“Auf europäischer Ebene fungiert das „Forum of European Muslim Youth and Student Organisations“ (FEMYSO) als Dachverband MB-naher Jugendorganisationen. Sowohl die Einbindung der MJD in das FEMYSO als auch der Karriereverlauf einzelner „Muslimbrüder“ lässt die behauptete Unabhängigkeit jedoch höchst fraglich erscheinen. Häufig waren DMG-Funktionäre zuvor in führender Position bei MB-nahen Jugendorganisationen tätig. So waren beispielsweise zwei Vereinsvorsitzende der DMG, Ibrahim EL-ZAYAT (2002–2010) und Khallad SWAID (seit 2018), in der Vergangenheit auch Präsidenten des FEMYSO, SWAID sogar Mitbegründer und Vorsitzender der MJD. Es entsteht der Eindruck beim FEMYSO samt seiner nationalen Ableger wie der MJD handle es sich um einen Nachwuchspool für spätere Führungspersönlichkeiten der „Muslimbruderschaft“ in Europa.”
Bestuursfuncties worden bij Femyso opvallend vaak bezet met de jongvolwassen nakomelingen van de zittende bazen van de broederschap. Het verbaast natuurlijk niet, zo weet men wie men hier binnen haalt en kan de jeugd beschermd door de ouderen haar kwaliteiten ontwikkelen en demonstreren. Het vertrouwen dat haar vader in broederschapskringen geniet zal Kauthar hier dan ook zeker niet in de weg hebben gestaan.

Dromen van een islamitische wereld is niet verboden
Daarnaast is ook het feit dat Kauthar op dit moment volgens kvk-informatie op hetzelfde adres woont als haar vader iets dat in dit verband tot nadenken zou moeten stemmen, de Moslimbroederschap zit er letterlijk een deur verder.
Vormt het bovenstaande een directe bedreiging? Nee, het betreft hier nog steeds legale activiteiten. Het is zeer goed mogelijk dat Kauthar en haar vader er beide vanuit hun godsdienstopvatting ten diepste van overtuigd zijn iets goeds te doen, en dat mag.
Dromen van een uiteindelijk wereldomspannende ‘oemmah’, één compleet islamitische wereld zoals die voor de Moslimbroederschap met al haar organisaties het einddoel vormt, is niet verboden. Maar dat via een positie in ons parlement naar dit doel toegewerkt zou worden met de strategie van het legalistisch islamisme, is ontoelaatbaar.

Legalistische islam mogelijk grotere bedreiging dan salafisme”
De intransparantie die nu rond haar kandidatuur is ontstaan moet alle alarmbellen laten afgaan. Wie als volksvertegenwoordiger vertrouwen wil krijgen hoort transparant en open te zijn, en dat is Kauthar Bouchallikht niet. Ook lijkt Groen Links niet te begrijpen dat de Tweede Kamer geen testparcours is waarop je een politiek onervaren persoon loslaat en dan maar afwacht of ze de eindstreep haalt. Als zij deze rol wil invullen moeten partij en kandidate helder zijn over drijfveren en ambities, anders is zij het vertrouwen van de kiezers niet waard. Ook hier waarschuwen de oosterburen terecht:
“Wir gehen davon aus, dass dieser legalistische Islamismus gefährlicher als Salafismus oder gewaltbereiter Extremismus ist”, sagt Burkhard Freier, Leiter des Verfassungsschutzes Nordrhein-Westfalen. Legalistische Islamisten versuchten in die Gesellschaft einzusickern und Politik und Gesellschaft für sich zu vereinnahmen und zu beeinflussen: “Und dadurch können sie langfristig unsere Demokratie nicht nur tangieren, sondern auch schwer beschädigen.” Bij dit statement sluit de recente waarschuwing van Ronald Sandee naadloos aan. De aandacht voor de ontwikkelingen rond islamistische organisaties mag niet verslappen.

De politieke islam moeten wij niet tolereren. Elk raakvlak met de moslimbroederschap moet voor democratische partijen en instanties taboe zijn. Het beschermen van de integriteit van de Tweede Kamer en de daarvoor nodige transparantie moeten absolute prioriteit hebben, alleen zo kan worden voorkomen dat onze democratie onherstelbaar beschadigd raakt.

Elise Steilberg

ps. Kauthar en Mostapha Bouchallikht/Bouchallikh gebruiken beide twee verschillende schrijfwijzen voor hun achternaam. Soms ontbreekt de ‘t’ op het einde. De juridisch correcte vorm zal in hun officiële Nederlandse persoonsdocumenten staan.

vanwege een technisch probleempje even niet op www.steilbergenmetin.nl
reacties naar mail at steilbergenmetin.nl

Alle informatie in dit artikel is afkomstig uit openbare bronnen incl. KvK informatie